Latin America Magazine.
 

NO (Pablo Larraín, 2012): Chile, la alegria ya viene!

31-01-2013 by Ruby Sanders

In oktober 1988 verrasten de inwoners van Chili de wereld door met ruim 55% ‘nee’ te stemmen tegen een nieuwe termijn van dictator Augusto Pinochet, die al vanaf 1973 aan de macht was. De murw geslagen bevolking van Chili werd geraakt door de positieve campagne die de oppositie voerde voorafgaand aan het referendum dat Pinochet zelf had uitgeroepen. Tegen ieders verwachting in lukte het de oppositie om in hun schaarse zendtijd het volk te overtuigen van een ‘nee’ tegen nog eens acht jaar Pinochet.

De film NO, van de Chileense regisseur Pablo Larraín, handelt over de onwaarschijnlijke publiciteitscampagne voorafgaand aan het referendum dat uiteindelijk het einde van het regime van Pinochet aankondigt. In de film – die is genomineerd voor een Oscar – is de belangrijkste rol weggelegd voor René Saavedra (Gael Garcia Bernal), een jonge reclamemakerdie gevraagd wordt de NO-campagne te leiden. Hij is op Noord-Amerikaanse leest geschoeid en werkt vooral om frisdrank, magnetrons en andere producten van de kapitalistische jaren tachtig aan de man te brengen, steeds met hetzelfde verkooppraatje. Persoonlijk heeft Saavedra het hart op de juiste plek, al ruziet hij met zijn revolutionaire ex over zijn pragmatische kijk op het leven en de volgens haar oppervlakkige en zinloze campagne waar hij aan werkt. De verdeeldheid in huize Saavedra, maar ook binnen de oppositie, is tekenend voor het Chili van de jaren tachtig en van daarna.

Larraín besluit met NO een drieluik over de Chileense dictatuur, en heeft met zijn derde productie (na Post Mortem en Tony Manero)een bijzonder vlotte en vrolijke film afgeleverd, in tegenstelling tot de zwijgzamere en ingehoudener voorgangers. Dat is begrijpelijk gezien de vorige twee films respectievelijk het begin en het dieptepunt van de dictatuur behandelden, en de afsluitende derde film het einde ervan. De Chileense regisseur heeft gekozen om NO te schieten op het zogenaamde U Matic videoformaat om de film helemaal tachtigerjaren aan te laten voelen. Belangrijkst argument was dat de veelvuldig gebruikte archiefbeelden op hetzelfde formaat zijn gefilmd en op deze manier fictie en archiefbeelden nog maar weinig van elkaar verschillen. Het vele archiefmateriaal wordt naadloos ingezet tussen de rest van de film. De keuze voor U Matic – volgens Larraín ook een statement tegen de hedendaagse hegemonie van HD – heeft absoluut ten goede uitgepakt: de kleurrijke aankleding wordt versterkt en de vlotte beeldtoon past helemaal bij het formaat.

René is geen echte held, zoals Larraín in geen van zijn films helden naar voren schuift, omdat dat naar eigen zeggen ‘een vertekend beeld van de samenleving geeft’. René handelt niet louter uit altruïstische of ethische motieven, maar denkt vooral aan zijn zoon, zijn huis en zijn werk. Kortom: zijn eigen leven. Het geruststellende realisme zit verscholen in het feit dat de meeste mensen nu eenmaal zo denken, dat de meerderheid eerder pragmatisch dan principieel handelt. En ondanks de kritiek die vanuit linkse en revolutionaire hoek komt op de in hun ogen veel te vrolijke campagne, is het grote publiek wel degelijk te porren: als zij geloven dat er voor henzelf daadwerkelijk een betere toekomst in het verschiet ligt, dan zijn ze bereid om voor het ‘Nee’ te stemmen. Dat zou met een campagne geleid door puur ethische of idealistische argumenten niet gelukt zijn. Dat schuurt, zeker in een tijd waarin alles verkoopbaar en ‘sexy’ moet zijn. Saavreda is opgeleid in het neoliberale systeem van Pinochet en gebruikt dezelfde campagnemiddelen als het militaire regime. Zijn baas Lucho Guzman (gespeeld door Larraíns vaste acteur Alfredo Castro) is standvastig Pinochet-aanhanger maar tijdens werk gaan de twee prima door één deur. Tekenend is ook dat de twee na het referendum gewoon weer samen verder kunnen. Goed en slecht zijn niet gescheiden. Larraín laat hiermee zien dat het einde van de film slechts het begin van de democratisering betekent: alles moest in 1988 nog beginnen. Pinochet, die vóór zijn aftreden nog regelde dat hij (als zelfbenoemd senator-voor het leven) en andere hoge officieren politieke onschendbaarheid zouden genieten, maakte uiteindelijk pas in maart 1990 plaats voor de eerste democratisch verkozen president.

Voor veel Chilenen is de dictatuur een open wond gebleven, vooral door de straffeloosheid die is blijven bestaan. Pinochet werd tijdens een bezoek aan Europa in 1998 gearresteerd, waarna een proces zou volgen onder leiding van de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón, maar de Chileense politiek deed er alles aan om hem weer terug naar Chili te krijgen. Het proces werd uitgesteld en afgebroken omdat steeds beroep werd gedaan op Pinochets zwakke gezondheid, die een eerlijk proces in de weg zou staan. Tot aan zijn dood in 2006 heeft Pinochet op min of meer vrije voeten rondgelopen en nooit enige spijt betuigd over de vele verdwijningen en doden waarvoor zijn regime verantwoordelijk is geweest.

Chile, la alegria ya viene (‘de vreugde komt eraan’), was de strijdkreet waar de campagne gebruik van maakte. Veel mensen voelden vreugde toen het referendum werd gewonnen, maar het einde van de lange onderdrukking maakte van Chili na de dictatuur geen paradijs op aarde. Het allesoverheersende kapitalisme en de continuering van de neoliberale politiek van Pinochet hebben geen revolutionaire verandering teweeg gebracht, en nog steeds zijn er vele aanhangers van Pinochet onder de Chileense bevolking. Larraín heeft met NO een heel onderhoudende en hoopvolle film gemaakt, maar laat de kijker deze laatste kanttekening niet uit het oog verliezen. En dat maakt de film des te sterker.

reageren