Latin America Magazine.
 

Gebrek aan toekomstperspectief breekt Venezolanen op

Op 18 augustus woonde conSentido de lezing Update on Venezuela’s economic, social and political situation bij, verzorgd door de Venezolaanse socioloog Gerardo González van het IESA (Instituto de Estudios Superiores de Administration). “De Venezolaanse economie is failliet, de levenskwaliteit van Venezolanen op dit moment is waardeloos, het is niets waard”, was de ontnuchterende boodschap waar Gonzáles deze anderhalf uur durende bespreking mee opende.   

Onlangs is veel media-aandacht voor de situatie in Venezuela geweest. Berichtgeving richt zich met name op de dreigende sfeer van president Maduro’s regering, de harde aanpak van protestanten en de autoritaire maatregelen waarmee de regering van Maduro de macht poogt veilig te stellen. Echter, op basis van de data waar Gonzáles zijn lezing mee onderbouwt, zien we dat politieke factoren nauwelijks een rol spelen in het dagelijks leven van mensen die niets te eten hebben, en die zijn er steeds meer in Venezuela. Hoe kun je ruimte in je hoofd vrijmaken voor politiek engagement als je uren van je dag moet besteden aan het vinden van eten, als je dit al vindt? Het zijn overlevingsfactoren waar Venezolanen dagelijks mee geconfronteerd worden, en die zijn economisch van aard. Als je niet genoeg te eten hebt of niet genoeg geld om je leven te bekostigen, zijn politieke overtuigingen niet meer zo relevant.

Pessimisme 

Tegelijkertijd heerst er een diepe wens voor structurele verandering onder de Venezolaanse bevolking. Met name in de laatste twee jaar is dit sterk gestegen. Voorheen, ten tijde van Hugo Chávez, was de politieke sfeer gepolariseerd, (49/51 procent). Tegenwoordig is het duidelijk dat er een grote verschuiving is gekomen, waarbij plusminus 70 procent van de Venezolanen graag verandering ziet. Dit betekent overigens niet per se dat Venezolanen graag de oppositie aan de macht willen. Wat men wil, is verandering in het economische model: politieke verandering om economische veranderingen teweeg te brengen.

In Venezuela is op dit moment geen levenskwaliteit, er is geen eten, geen werk, geen gerechtigheid. Venezolanen zijn in de afgelopen twee jaar gemiddeld 8 kilo afgevallen.

“In Venezuela is er op dit moment geen levenskwaliteit, er is geen eten, geen werk, geen gerechtigheid. Venezolanen zijn in de afgelopen twee jaar gemiddeld acht kilo afgevallen”, stelt Gonzáles. Uit zijn data (2000 casussen uit urbaan en ruraal Venezuela, sinds 1989 drie keer per jaar verzameld) blijkt ook dat de Venezolaanse bevolking erg pessimistisch is: 65 procent van de geënquêteerden ziet geen toekomstperspectieven. Opmerkelijk, vindt de socioloog, want Venezolanen zijn normaal gesproken overwegend optimistisch wanneer gevraagd naar hun persoonlijk situatie: “el pais está mal pero yo gracias a Dios bien”, “no muy bien, pero ya se acerca diciembre y es casi navidad” (“met het land gaat het niet goed, maar met mij godzijdank wel”, “het gaat niet zo goed, maar gelukkig is het bijna december, en bijna kerst”). De hyperinflatie en het grote gebrek aan voedsel zorgen er echter voor dat men erg somber gesteld is over de toekomst.

Basisvoedselproducten zijn moeilijk te vinden – daar groeit een enorme zwarte markt omheen voor wie het kan betalen. Venezolanen brengen gemiddeld tussen de 15 en 18 uur per week door in een rij om aan voedsel te komen. De rekensom is eenvoudig, dit betekent een enorm verlies aan mankracht voor de Venezolaanse economie. Maar wat maakt dat uit als er toch geen werk is? Misschien heb je geld, maar kun je het eten niet kopen omdat het niet leverbaar is. Of misschien kun je het deze week niet betalen dus spaar je even door om er een week later achter te komen dat de prijzen verdubbeld zijn ten opzichte van een week daarvoor. Het is een day to day overlevingsstrategie voor iedereen; Venezolanen zijn aan het overleven, voor hen bestaat geen halflange- of langetermijngedachte meer want men is bezig de week te halen. Als je de kans krijgt het land te verlaten, dan doe je dat. Twee miljoen Venezolanen zijn in de afgelopen tien jaar vertrokken, afkomstig uit alle lagen van de samenleving.

Het is een day to day overlevingsstrategie voor iedereen; Venezolanen zijn aan het overleven, voor hen bestaat geen halflange- of langetermijngedachte meer, want men is bezig de week te halen.

Honger

De verzamelde data laat ons zien dat 89 procent van de Venezolanen (dat zouden ongeveer 20 miljoen mensen zijn) aangeven minstens één keer per maand (de meesten zelfs meerdere keren per maand) tussen de 10 en 15 uur per week in de rij moeten staan om aan voedsel te komen. Als ze de rij bereiken, zegt 63 procent uiteindelijk NIET de voedselproducten te hebben gevonden waar ze naar op zoek waren. Heel veel tijd verloren en heel veel frustratie. Als je dit als context meeneemt voor de protesten in Venezuela waar de Nederlandse media veel over berichtten – ja, er is politieke onvrede en ja, er zijn problemen met het rechtssysteem en het electorale systeem, verkiezingen, burgerveiligheid, et cetera – dan zie je dat de harde realiteit is dat de meeste Venezolanen de straat opgaan om te protesteren omdat ze honger hebben, omdat ze het niet meer aan kunnen.

De harde realiteit waarvoor de meeste Venezolanen de straat op gaan om te protesteren, is omdat ze honger hebben, omdat ze het niet meer aan kunnen.

Volgens de VN leeft 83 procent van de Venezolanen vandaag de dag onder de armoedegrens. Dit is vooral waar als je Venezolanen vraagt hoe vaak per dag ze eten. Dan meldt 46 procent twee keer of minder te eten; 16 procent zelfs maar één keer. Dit is vooral het geval in lagere inkomensgezinnen. De strategie gaat als volgt: ze eten om 9 uur ’s morgens of om 16 uur, om zo de honger optimaal de onderdrukken, als ze geluk hebben. Bij een etnografisch onderzoek in de sloppenwijken van Caracas heeft Gonzáles voedselvariëteit getest, waarbij hij bij een aantal gezinnen langsgaat, de koelkast opent en de producten telt. Drie jaar geleden waren er gemiddeld 48 producten in de koelkast te vinden (Venezolanen stoppen vrijwel alles in de koelkast vanwege het warme weer en ongedierte). Twee maanden geleden waren er bij dezelfde families nog maar achttien producten aanwezig. Vlees is van tafel, evenals bonen, pasta en tonijn (belangrijke ingrediënten van het Venezolaanse dieet). Als je mensen vraagt: ‘Ken je iemand die honger lijdt?’ (je kunt niet direct vragen: ‘Lijd je zelf honger?’ want niemand zou hierop oprecht antwoorden vanwege schaamte), zegt 81 procent iemand te kennen die honger lijdt.

Als je mensen vraagt: ‘Ken je iemand die honger lijdt?’ (je kunt niet direct vragen: ‘Lijd je zelf honger?’ want niemand zou hierop oprecht antwoorden vanwege schaamte), zegt 81 procent iemand te kennen die honger lijdt.

Geen vooruitzicht

Als je vraagt of iemand deelneemt aan de protesten zegt 23 procent daar aan mee te doen. De protesten waren de dag van de lezing al 123 dagen bezig. Ter vergelijking, bij de Arabische Lente deed 13 procent van de bevolking zeven dagen lang mee aan de protesten. En in tegenstelling tot wat we normaliter in de media lezen, is dit zeker niet alleen de middenklasse. Er is ontevredenheid in alle lagen van de bevolking, vooral bij lage inkomensfamilies. Vooral omdat mensen het zat zijn niet genoeg te eten te hebben. “Tijdens een van de enquêtes vertelde een vrouw mij: ‘Toen ik opgroeide werkten mijn ouders heel hard zodat ik een betere toekomst zou hebben dan zij. Op dit moment van mijn leven werk ik ontzettend hard, maar kan mijn kinderen daarmee niet het betere leven geven dat ik had. Het gaat me niet lukken om ze dat te geven’.” Als je geen vooruitzicht van een beter leven hebt om aan vast te houden, is het ontzettend moeilijk om sociaal te functioneren en aan een toekomst te denken. De protesten hebben hier, met het gebrek aan toekomst, veel mee te maken. Mensen gaan de straat op omdat ze hiermee hun toekomstperspectief hopen te veranderen.

“Tijdens een van de enquêtes vertelde een vrouw: ‘Toen ik opgroeide werkten mijn ouders hard zodat ik een betere toekomst zou hebben dan zij. Op dit moment werk ik ontzettend hard, maar kan mijn kinderen daarmee niet het betere leven geven dat ik had’.”

De ‘institutie’ waar Venezolanen het meeste vertrouwen in blijken te hebben, is de universiteitsstudent met 71 procent, gevolgd door de Venezolanen zelf – met 23 procent. Hoewel het positief is om veel vertrouwen in de jongeren en de eigen bevolking te hebben, is het feit dat de betrouwbaarste instituties niet bestaand zijn, natuurlijk een zorgwekkend gegeven. Kennelijk voelt een Venezolaan zich door de overheid in de steek gelaten en denkt beter af te zijn door dingen zelf op te lossen. Ze hebben meer vertrouwen in de studenten vanwege hun rol in de protesten. Ze zien hen als helden die hen – naar Bolivariaanse traditie – zullen komen redden. Wanneer gevraagd over het toekomstperspectief van het land, reflecteert Gonzáles hierop: “Misschien wordt het tijd voor de Venezolanen om dit patroon van de reddende Messias (Bolívar, Chávez, Maduro) te doorbreken en te werken aan het verbeteren van onze zwakke en disfunctionele instituties. Hoe dat moet lukken als men nauwelijks te eten heeft, daar kon de spreker helaas geen optimistisch antwoord op geven. 

reageren